In de boekenweek-special van Hollands Diep (maart/april 2010) brengen vijf auteurs een ode aan legendarische, jonge romanpersonages, waaronder Lolita. Lolita is mijn favoriete boek, en niet vanwege het karakter, maar vanwege de manier waarop Vladimir Nabokov haar beschrijft en sindsdien is zij eigenlijk niet meer weg te denken uit de literatuur, filmwereld en zelfs de muziek, want laten we wel wezen dat zelfs ooit een Vanessa Paradis als een Lolita-achtig meisje aan haar carrière begon of een speels zuchtend zingende An Pierlé, zittend op haar skippybal. Laten we kijken naar wat een Lolita bijzonder maakt.
Lolita of ook wel de ware liefde
De film Lila Dit Ça begint met een jongeman van 19 jaar die schrijver wil worden. Zijn nieuwsgierigheid wordt geprikkeld door de mooie 16-jarige Lila, wanneer zij zegt: 'Wil je mijn poesje zien?' Vanaf dat moment begint de film. Lila is, zoals ze zelf zegt, een Ferrari op een schroothoop. Ze is een engel, die seksuele verlangens verwoord en wil de jonge schrijver Chimo confronteren met expliciete, uitgesproken fantasieën. Uiteindelijk naar het slot toe, lijkt de film meer over vooroordelen te gaan, dan over een bizarre liefde tussen twee eenzame zielen.
En dat is het confronterende van een Lolita. Ze verleidt, houdt vast, maakt nieuwsgierig, prikkelt de geest en men wil weten wat er achter schuilt. Zij is de belichaming van spanning en alles wat leuk is. Is de seks belangrijk? Nee, het is louter verleiding en fantasie, waar ze mee spelen. Het kindermeisje dat in huis wulps rondloopt en per ongeluk, terwijl ze bukt, haar witte slip laat zien. De buurvrouw zonder beha aan, maar slechts met witte hemd, waardoor haar tepels zichtbaar zijn door een koel briesje, terwijl ze de tuin doet en ze hoopt dat buurman kijkt, maar meer dan dat gebeurt er niet. Slechts de tuinsproeier zorgt voor actie. Echter wel een koude actie.
Vanaf de eerste keer dat ik Lolita van Vladimir Nabokov las was ik nieuwsgierig, ik moet ongeveer 19 jaar zijn geweest, en hoewel ik nooit verleid werd door Humbert Humberts Lolita, kwam het bij mij door het taalgebruik van Nabokov. Een zin als: ‘Achter de vreselijke jeugdige clichés was er een tuin in haar en een schemering en een paleis’ of zoals hij haar naam spelde, wonderbaarlijk. Er ging bijna magie in schuil.
‘Lolita, light of my life, fire of my loins. My sin, my soul. Lo-lee-ta: the tip of my tongue taking a trip of three steps down the palate to tap, at three, on the teeth. Lo. Lee. Ta. She was Lo, plain Lo, in the morning, standing four feet ten in one sock. She was Lola in slacks. She was Dolly at school. She was Dolores on the dotted line. But in my arms, she was always Lolita.’
Prachtig en fabuleus vond ik dit. Ik heb deze pagina dikwijls gelezen voordat ik het boek verder durfde te lezen. Mooier kon het niet worden. Dit was proza en pure poëzie in al zijn facetten. Bijna taalballet. Niet de Lolita, maar de taal verleidde mij.
En zeg nu niet dat zoiets voor mannen geldt, want uit nader onderzoek is het volgende gebleken: "Hoewel mannen één keer per zeven seconden aan seks zouden denken, doen vrouwen het toch weer beter. Terwijl mannen dagelijks 150 minuten per dag wijden aan erotische gedachten, dromen meisjes 180 minuten per dag van bedsporten.”
"Het oude stereotype dat mannen enkel aan seks denken, lijkt achterhaald te zijn", zegt een woordvoerder van lastminute.com, een datingsite die 4.000 Britten ondervroeg over het onderwerp. Volgens dezelfde studie bleek wel dat zowel mannen als vrouwen, het grootste deel van de dag aan hun werk denken: mannen zijn ongeveer tien uur per dag met hun werk in de weer, vrouwen zo'n acht uur en half. En zowel mannen als vrouwen brengen vijf uur per dag door voor de TV en met het plannen van uitjes".
In een ander artikel las ik: "Wat zoeken wij in elkaar? De man wil seks en de vrouw heeft behoefte aan knuffels. Beiden vragen ze eigenlijk om aandacht en als de aandacht van de man wegvalt, dan wil de vrouw een kind, want ze heeft behoefte aan knuffels. Hoe krijgt de vrouw haar knuffels? Juist, door middel van verleiding tot seks of zelfs niet eens door zover te gaan, maar in de disco kijken en afwachten, de kennis bevatten en te weten komen of ze nog goed op de markt ligt en dat doet ze. Waarom? De man zegt ja en amen, want hij heeft zijn behoeftes en heeft hij wel het vermoeden dat hij om andere redenen verleidt wordt. Dit is natuurlijk vrij zwart-wit, natuurlijk zit de mannen of vrouwenwereld niet eenvoudig in elkaar. Seks is niet de belangrijkste reden. De mens heeft behoefte aan aandacht. Pas als de hormonen gaan spelen heeft de man niets meer te vertellen en spreekt gevoel boven hoofd."
We zien het in films. In ‘Broken Flowers’ speelt Alexis Dziena de wulpse Lolita Miller, in ‘Swimming Pool’ speelt Ludivine Sagnier de brutale Julie en zelfs in een film als 'American Beauty' ontpopt zich een ware verleidster, al begint deze verleiding zich eerst in de fantasie van vader af te spelen. Deze wanhoopsdaad zien we terug in een film als ‘Happiness’, waarin iedereen zijn dromen heeft, maar uiteindelijk niets anders dan een zielige vertoning van zichzelf blijkt te zijn.
De mens beseft dat het leven geen film is. Er worden geen hoeren betaald met een miljoen, die later dezelfde man tot echtgenoot nemen. Men danst niet altijd romantisch in de regen en als er een vrouw bestaat als Amélie, dan zou de hele wereld aan haar voeten liggen. Amélie is sociaal, verassend en verleidelijk, maar verleiding is een spel. Overgave is de ware gift, zoals we zien op het eind van de film. Zo’n zelfde eind zien we ook bij 'Grease' en honderden andere boeken, musicals en films, die ons laten geloven dat het zeker mogelijk is.
Love is a wonderful splendored thing.
Maar bestaat de ware liefde dan wel?
'Jawel, mijn beste mensen, ik heb haar daadwerkelijk meegemaakt en tref haar nog steeds. We kruisen elkander nog steeds via de Ezelsbrug, Herinneringen-laan en het Toekomstvisieplein. Soms loopt ze mij weer voorbij, maar er zijn ook prachtige momenten van dichtbij.' Het is de spanning van nabij elkander zijn.
En als ware liefde dan bestaat, heeft deze ook een naam?
'Ze heeft meerdere namen en staat daar ook om bekend, maar ik sta ook om meerdere namen bekend. Ik ben een Vriend, Passievolle Schrijver, Malloot, zelfs Aangename Kok. Vorige week ben ik tot drie keer met 'heer' aangesproken, omdat ik uit loyaliteit charmante, oudere dames van in de 80 voor liet gaan.'
Heeft de ware liefde, uwen zijde, een belichaming?
'Haar huid is als appels, lippen als framboosjes. Verder wil ik niet gaan.'
Ah toe?
'Oké dan, het is haar nachtelijk aankruipen en het warm houden, de geheime lachjes en openlijkheid. Stoer dansen en samen fantaseren over de toekomst. Speelsheid, een beetje schuchter en tegelijkertijd volwassen, wanneer het moet. De liefde is als een salade tussen haar handen. We kunnen lachen. Dat is een groot goed. Zij belichaamt dít alles.' En toch ben ik alleen.
Ik heb geen Lolita. Nooit gewild ook. Ik houd van de schone intelligentie, een goed gesprek. Een liefde met zorgzaamheid, een zuivere liefde, de honger naar passie, een stille vraag en soms een arm, wanneer het nodig is. Ieder het zijne delen. Dat is de mooiste verleiding die ik mij kan inbeelden bij deze jongedame, ik ken haar bij naam, en als ze praat dan zegt ze grappige dingen die mij laten lachen. Zij verast mij met haar fabelachtige voorkomen. Onaantastbaar. En toch...Telkens weer en opnieuw en bij haar willen zijn.
Ik zal haar zeggen: 'Heden ben ik nuchter, maar jij voert mij dronken met jouw taal, in een dorp, ergens in een dorp.' Ik zal haar vrouw noemen. Later misschien vriendin. Wij zouden elkaars voertuig zijn zonder doel. Het gaat immers niet om het doel, maar om de weg die men aflegt om dit doel te bereiken. De arm, de knuffel, de daad en de rust bij elkaar vinden. Zonder onaangename spanning, maar de stilte accepteren als dag, als nacht. Als man, als vrouw, als twee zielen die elkaar hebben gevonden en steeds maar weer in- en uitademen.
Het is nacht. Ik staar uit het raam naar de sterrenpracht die tevens boven haar zal flonkeren. 'Hoe zouden Lolita's zijn als ze ouder worden?'
Ik heb reeds een vermoeden, toch is het niet werkelijk de afbeelding,
maar onze verbeelding die tot haar schoonheid leidt.
(deze blog is een herschreven stuk naar aanleiding van Boekenweek 2010, dit jaar heeft het als thema ‘Jong zijn’ gekregen, het origineel van deze tekst is terug te lezen in het boek ‘de reden dat ik geen biografie schrijf’ – Erwin Troost)
Even een mooie anekdote die ik vanochtend vond, tijdens een wandeling door storm en regen, op Herinneringenlaan. Het is zaterdag 20 juni 1998 en ik mag met twee andere dichters optreden op Festival Mundial in Tilburg. Dat vond ik geweldig, aangezien ik op hetzelfde podium zou staan als Die Anarchistische Abendunterhaltung en ik was een groot fan van hun werk. Het is dan ook moeilijk te omschrijven wat ze precies voor muziek maken. Experimenteel, klassiek. In 1995 kwam in ieder geval een titelloos debuut uit met de Drieslagstelsels—lange, dynamische muziekstukken die uitmonden in bijna klassieke, zigeunerachtige jamsessies en ik vond het bombastisch, bijna een openbaring. Daarna zou ik ze twee keer live zien en nu stond ik op hetzelfde festival als hun (minister Plasterk).
Ik vraag aan de stagemanager waar wij onze spullen kwijt kunnen en zie de deur van de kleedkamer. Hij excuseert zich ervoor dat er maar één kamer over was en dat wij hem moeten delen, dus staat er op de deur. Dichters en Die Anarchistische Abendunterhaltung. Wow! Ik gooide mijn spullen binnen af, besloot van het weer te genieten en een biertje. Daarna kwam het optreden. Het was niet erg druk, maar ik wist de aandacht vast te houden. Het applaus volgt en een man in pak geeft zelfs een staande ovatie. Ik loop het podium af en inmiddels is DAAU (zoals ze tegenwoordig heten) gearriveerd. We schudden elkaar de hand, raken aan de praat en de jongens vertellen dat er die avond ‘Nederland – België’ wordt gespeeld en of wij dat dan niet zouden missen? Nah, ik geef niets om voetbal, maar voor ik het weet spelen wij backstage een potje ‘Nederland tegen België’. Eigenlijk meer een vriendschapswedstrijd, want wij hebben de grootste lol. Na afloop zeg ik voor de grap tegen één van die gosers, die een DAAU-shirt droeg, dat we dan ook shirts moesten uitwisselen en zo heb ik mijn enige echte DAAU-shirt weten te bemachtigen. Een kwartier later staan zij op het podium en het is verbluffend mooi, ik ben betoverd door hun prachtige klanken.
Na afloop bedank ik ze voor een geweldige dag, waarop één van de bandleden vertelt dat ze op zondagochtend op Canvas te zien zijn. Ik besluit dan om naar The Travoltas te kijken en nog iets meer van het festival mee te maken. Daar staat ook weer de man met het pak aan. Ik word aan hem voorgesteld. “Dit hier, Erwin, is de Wethouder van Cultuur van Tilburg. De heer Wilbert van Herwijnen.” Hij zegt mij dat hij mijn talent zeer waardeert en heeft er alle lof voor. We raken dieper aan de praat, en drinken wijntjes, tot we bevriend over het gras wandelen richting avond. Niet veel later nemen wij afscheid en besluit ik mijn trein te halen.
De volgende dag is het vroeg dag voor mij, maar ik moest DAAU zien en net op tijd schakel ik in en daar staan ze. Ik lach nog even na, om de herinnering van de dag ervoor, en in die uitzending stellen zij An Pierlé voor die op hun plaat We Need New Animals het nummer ‘Broken’ zingt. Ik ben verliefd. Wie is dit tengere, schuchtere meisje? Ik wilde meer over haar te weten komen. Niet veel later zie ik haar dan optreden in mijn stad en denk: “YES! I love An, de Tori Amos van België.” Een jaar later verschijnt haar debuutalbum ‘Mud Stories’ en iedereen die bij mij op bezoek komt krijgt het album dan ook te horen. An Pierlé is wonderbaarlijk mooie cultuur, die behouden moet blijven. Tijdens één van haar optredens werd het publiek zo enthousiast dat ze glimlachend knikte. Het publiek schreeuwt: “We want more” en “Bis!” Waarop ze schuchter de microfoon vastpakt en aan het publiek vraagt: “Zal ik dan nog één lieke voor uw spelen?” Zo lief, vanachter haar piano, zittend op een skippybal met een dijk van een stem bezorgt zij ons nog vier minuten kippenvel, vandaar nog één keer dat lieke, dat tevens de debuutsingle van haar debuutalbum met dezelfde titel ‘Mud Stories’ is:
Overigens nog één anekdote, want toen ik vanochtend op de Herinneringenlaan afsloeg, en ondanks mijn hoogtevrees even de Ezelsbrug overging, toen kwam ik uit op het Geestesfragmentenplein en moest denken aan het volgende, daar komt het: Op 14 november 1998 hangt dhr Wilbert van Herwijnen (toen nog dus de wethouder van o.m. cultuur) ca. 10 m boven de grond aan een touw om 013, het popcentrum van Brabant te openen. In zijn speech zegt hij de volgende zinnen: “Maar ik heb u nog wat te vertellen. Iets te vertellen over 013: een inspirerende, uitdagende en prikkelende omgeving. En iets te vertellen over cultuurbeleid. Waar staatssecretaris Van der Ploeg in een soort State of the Union ook het een en ander over gezegd heeft, wat inspirerend, uitdagend en prikkelend is. Ter inleiding op mijn verhaal begin ik met een gedicht van een jonge Eindhovense dichter, Erwin Troost, uit zijn bundel “Alleen god Troost”, getiteld Cultuur.” Waarop het gedicht volgt, en aldus een poptempel als 013 in Tilburg, enkele minuten later als geopend mag worden beschouwd en niet alleen een An Pierlé, DAAU, maar ook vele andere grote namen zien wij daar voorbij komen, zoals Chris Isaak, Megadeth, Slayer, Booker T., Kane, Caro Emerald, Destine, Wende, Vonda Shepard, Jamie Lidell, onze eigen C&A held Jan Smit en legende Jerry Lee Lewis, om maar wat namen te noemen, dus Trisha, ik zie nog een uitdaging?
Beste mensen, ik begin met een biecht, want u mag gerust weten dat ik voor het slapen gaan altijd nog één nummer wil horen, zodat ik heerlijk naar dromenland kan gaan. Ik heb dan ook een lijstje van een aantal nummers die ik graag hoor, niet op dezelfde avond, maar ik kies telkens één van deze prachtige liedjes, om persoonlijke redenen of om schoonheid, namelijk: ‘Heelal van jouw hart’ – Antonie Kamerling & Jelka van Houten’, ‘Samson’ – Regina Spektor en ‘Under Pressure’ – David Bowie & Gail Ann Dorsey. Nu is er aan dat oeuvre één nummer bijgekomen, maar laat ik u eerst vertellen hoe dat zo gekomen is.
Weet u nog dat ik een aantal weken geleden in de sneeuw ‘I Got You, Babe’ op de melodie van ‘Hallelujah’ aan het zingen was? Nou ja, zingen? Ja, ik weet het, ik ben geen zanger, maar daarom juist ging ik opzoek naar de juiste stem daarvoor en ik vond ze in de prachtige kunstenares Trisha.
Ik zal even in het kort iets over haar vertellen:
Trisha van Alen is creatief therapeut en theatermaker, tevens schrijfster/dichteres en heeft mede de landelijke stadsdichtersdag opgericht. Ze is gepubliceerd in: Groningen, stad, land en letteren onder haar pseudoniem Tara Mythras. Zij is te lezen op diverse internetplatforms (w.o. Op ruwe planke, hernehim) en daarnaast is zij eigenaresse en oprichter van 'De Kunstsmederij. Haar motto: “Leven is een Kunst.” En dat blijkt wel aan haar fantastische antwoord op mijn vraag.
Want, en daar komt het! Afgelopen dinsdag mailde ik haar namelijk en vertelde dat ik een uitdaging voor haar had, liet haar mijn versie horen, zij werd heerlijk enthousiast en nog dezelfde dag stuurde ze mij de videoclip en haar Gothische, drama-versie van ‘I Got You, Babe’ op de melodie van ‘Hallelujah’, waardoor het nummer linea recta mijn nummer-voor-het-slapen-gaan werd van afgelopen week, waarvoor mijn dank aan Trisha en nu: luisteren en genieten maar!
Ik zou zeggen: "Dit moet op de radio!"
Voor meer info over haar werk:
www.dekunstsmederij.nl
Hai Simone,
even een kort interview, naar aanleiding van mijn blog,
omdat ik benieuwd ben naar jouw antwoorden.
Als ik word gevraagd voor het Nationaal Songfestival dan zeg ik... ?
Als het een goed nummer is dan zeg ik zeker ja!
Ik blijf hopen dat het ooit weer wordt zoals het was in de tijd dat Lenny won.
Toen ging het nog echt om het lied!
Met wie zou je graag een duet op willen nemen?
Als eerste zeg ik met Lenny Kuhr,
en op twee staat Willeke Alberti (die van die mooie benen)
Wat is de mooiste zin uit één van jouw nummers en vind je ook heerlijk om te zingen?
'Hou me alsjeblieft nog 1 keer vast' uit het lied "Nog 1 keer"van Barbara Lok, prachtige zin, deze woorden zeggen zoveel!
En word je dan ook weer een beetje verliefd op taal?
Ik ben verliefd op de Nederlandse taal, daarom ben ik ook Nederlandstalig
gaan zingen en daar was niet iedereen het mee eens.
Wil jezelf nog iets zeggen of toevoegen?
Ik krijg veel goede reacties op je blog, ze vinden je allemaal zo mooi schrijven. Dankjewel daarvoor.
Jij ook bedankt en veel succes met alles!
Voor meer info verwijs ik jullie naar de blog hieronder:
Foto: Stefan Bogers
Ik heb niet veel Nederlandstalige muziek als je in mijn kast zou kunnen kijken, maar heb wel iets met Roosbeef, Spinvis, Gorki, Jaap Boots, de oude Tröckener Kecks of een Ramses Shaffy. Zolang het maar ware emotie en prachtig taalgebruik betreft. Vandaar dat de naam Herman Pieter de Boer vaak verschijnt op mijn log. Een zin als “Iemand zei dit is Annabel/Ze moet nog naar het station” of “Ik ben misschien te laat geboren/of in een land met ander licht./Ik voel me altijd wat verloren,/al toont de spiegel mijn gezicht.” in ‘Laat me’ van Shaffy kan mij wel bekoren. Prachtzinnen schrijft deze man en het was niet voor niets dat hij een gouden plaat heeft gekregen voor ‘Op een onbewoond eiland’. De Boer schreef zelfs de tekst van ‘Oh Waterlooplein’ en ‘Visite’. Naast de Boer bewonder ik een andere Nederlandse zangeres en misschien biecht ik nu een groot geheim op, maar ik heb een zwak voor Willeke Alberti. Ik vind haar puur en oprecht. Als ik de clip zie van ‘Telkens weer’ raak ik ontroerd en ik houd van ‘Spiegelbeeld’, ‘Morgen ben ik de bruid’, ‘Mijn dagboek’ en zelfs een nummer als ‘Samen zijn’. Ik vind het prachtig! Willeke doet iets met mij, omdat ik haar echt vind.
Ik schreef over een toevallige ontmoeting met Willeke in ‘de reden dat ik geen biografie schrijf’ het volgende: ‘Zestien jaar: ik heb een brommer, een brommer met een naam, die heb ik haar immers zelf gegeven. Ik heb haar LINOLT genoemd naar een nummer van Stevie Wonder. Love Is In Need Of Love Today. Op een dag rijd ik met mijn brommer door de stad, achterop zit Barry, destijds mijn beste kameraad en wij zien voor ons iemand lopen die er nogal appetijtelijk uitziet. Kort minirokje, sexy panty’s en een chic jasje. Barry vraagt om dichterbij haar te komen, zodat ze ons ook ziet en we haar gezicht eens kunnen bekijken. Ik geef wat gas bij en wij rijden nu langs haar. Barry fluit, waarop ik nog een peut gas bijgeef en er vandoor ga.
‘Wat doe je nou?’ Roept Barry.
Ik zeg: ‘Wat doe jij nou? Zag je het dan niet?’
‘Wat dan,’ roept Barry nogal hard om over het brommergeluid heen te komen.
Ik zeg: ‘Mafkees, zag je het dan niet, dat was Willeke Alberti.’ Achttien jaar later, in 2007, wordt Willeke uitgeroepen tot de stoutste vrouw. Ik weet niet of ik dat toen had willen weten, maar wat een sexy benen, zeg.’
En nu is daar Simone. Simone is een prachtvrouw, jong, getalenteerd, gaat ervoor en ik vind daar bijna alles in terug wat ik wil horen in een Nederlandstalig nummer. Zij had ‘Shalalie’ kunnen zingen, maar ik ben blij dat zij het niet doet. Al zal ik haar maar al te graag zien op het songfestival met een nummer van Herman Pieter de Boer of misschien wel van mezelf. Simone is puur, heeft klasse, ziet er wonderschoon uit, jong, prachtig, met een warme stem, getalenteerd, heeft zin om het nummer naar haar toe te trekken en dat is bijzonder en zij heeft een geweldig team om haar heen verzameld.
Even in het kort: Simone van den Eertwegh (1980) zingt, samen met Gerard de Graaf (pianist) en Luud Ector (bassist), eigen repertoire. Op dit moment wordt er door diverse componisten en tekstschrijvers gewerkt aan een twintigtal nieuwe nummers, speciaal voor Simone. Niemand minder dan Herman Pieter de Boer, Micky Otterspoor, Barbara Lok en Gerard de Graaf werken aan deze prachtige Nederlandstalige liedjes. Het wachten is op haar debuutcd, want op dit moment zegt deze vrouw u misschien weinig. Laten wij daar verandering in brengen!
Sinds 1 januari 2010 is Tonny Alberti van Alberti Entertainment haar manager. Alberti, die ook de belangen behartigt van o.a. Willeke Alberti (daar heb je deze prachtvrouw weer) en die voor vele gerenommeerde artiesten bemiddelt, zal vanaf deze datum haar boekingen en promotie gaan verzorgen. Ook kan ik u mededelen dat zij al benoemd is geweest tot “Eindhovens Trots” van de maand oktober 2009, “Talent van de maand” bij sterren.nl van de Tros, waardoor ze haar clip ‘Overal zijn mensen’ kon opnemen en ze mocht optreden tijdens één van de voorstellingen van zangeres Marie-Cécile Moerdijk, waarbij ze één droom mocht waarmaken en ik vind het mooi als mensen hun dromen mogen uitkomen, want wat een vrouw, wat een mooie vrouw, die Simone.
Op dit moment zingt ze soms nog op feestjes- en partijen, maar ik hoop dat ze deze informatie snel van haar website kan halen en dat we een professionele Simone in 2011 op het Songfestival kunnen neerzetten. Laat haar zijn zoals ze is en nooit veranderen, zoals ik ooit een Willeke en Herman Pieter in mijn hart sloot, want overal zijn mensen. Beste mensen, zie hier de clip van Simone:
Beste mensen, ik ben terug!
Misschien heeft u het niet gemerkt, maar was minder online, vanwege een crash op mijn laptop drie weken geleden. Ik moest zelfs een computerdokter inschakelen, maar helaas liep ik twee weken geleden twee gekneusde ribben op en had vorige week een griepje, zodat de computer mij niet zoveel uitmaakte.
Ik heb op dit moment weer veel inspiratie om te schrijven en verder te werken aan mijn boek. Voor de carnavalsvierders wens ik een fèn fissie
en de anderen een aangename week!
O ja, wat vind u van mijn nieuw ideetje voor een kaft van één van mijn boeken?
Misschien moet ik ook gewoon werken aan een trilogie.
De titels en inspiratie zijn er al. Nu nog de tijd...
Ik sta al twee jaar niet op de bühne, zoals de meesten weten.
Toch, word ik regelmatig gevraagd en dan is het soms zelfs een eer om "nee" te mogen zeggen. Dit jaar zal ik alsnog één keer, om twee redenen, de mensen tegemoet komen.
Eén: Ik heb nooit eerder opgetreden in dat gedeelte van
Nederland, dus dan kunnen zij mijn woorden ook eens beleven.
Twee: Ik zal optreden ten behoeve van De CliniClowns.
Is dit werkelijk eenmalig?
Ook dat is niet helemaal waar, maar daar kan ik nog
weinig over kwijt, maar Ingrid Weverbergh, de weduwe
van Jotie 't Hooft, heeft mij gevraagd om mijn kunstje te
doen op 't Hooft Pöezieprijs en daar zeg ik geen "nee" tegen.
Oké, moet ik nu nog even een telefoontje plegen
om een ander podium teleur te stellen.
Hallo!
Zoals u merkt ben ik tijdelijk minder aanwezig op mijn site, Hyves, Facebook, maar werk aan mijn boek, bezoek vrienden, heb lol met de hond, ben bezig met andere gezellige dingen en geniet van mijn dagelijkse wandelingen. Morgen zal ik weer werken aan mijn compilatiefilmpje en hopelijk hier snel plaatsen.
Overigens wil dit niet zeggen dat ik u niet volg of lees.
Zo kan ik u berichten dat Pom Wolff Dicht-Slam-Rap 2010 heeft gewonnen!
Brabants Dagblad bericht:
BOXTEL - Pom Wolff uit Amsterdam heeft donderdagavond de finale van Dicht-Slam-Rap in Boxtel gewonnen. Al vier keer eerder stond hij in de finale. Drie-maal werd hij tweede. De eerste prijs was nu ook heel spannend, vertelt jurylid Marcel Linssen. "Hanneke van Eijken zette een ontzettend mooie voordracht neer met veel verrassingen. We hebben er nog net niet om gedobbeld, maar het was een close finish tussen Hanneke en Pom. De publieksprijs ging naar Maaike Geertsma uit Amsterdam." Lees hier meer!
Ik wilde dromen, ik wilde pijn – als het ware mens zijn,
extremiteiten en rust, het herbeleven van mijn verleden – maar ik kan het niet, nee kan het niet.
Ik wilde punk zijn, lekker trappen
zelfs gotisch, mysterieus, of misschien een musicalster
of een circusclown, maar geen voetballer. Nee, sport is niets voor mij.
Tja, ik wilde zelfs mezelf zijn, ontvreemd zijn,
ongelukkig zijn en mezelf voor de gek houden
met drugs en soms wilde ik dood zijn,
maar ik kan het niet.
Ik wilde schulden hebben,
op het randje leven
met de fles van bankje naar bankje gaan,
zodat de mensen mij na zouden wijzen.
Op een koud zolderkamertje wonen
met slechts een opgaande kaars
die mijn verouderde typemachine verlicht
en langzaam ouder worden als een norse, verbitterde zak
met niets dan treurigheid en melancholie,
maar ik kan dat niet,
want ik wil te veel.
Seks, mijn wijntje en een peuk,
een goed gesprek, geen discussie,
heb een hekel aan discussiëren.
Nog liever zeg ik niets
of gewoon wat knuffelen, een beetje voelen
en vrijen, al heb ik niemand voor ogen,
kan beter even niet verliefd zijn.
Alhoewel het is wel lekker,
maar toch de energie en het gezeur.
Ik vind het zo al vermoeiend.
Nee, gewoon een etentje,
dan dronken worden van de rosé,
dat ze dan zegt
dat ik mooie melancholische ogen heb
en lippen om te zoenen,
dat ik dan moet lachen
en onzeker word
of rockzanger, ja zou graag zanger willen zijn
en dat mijn band dan The Devil's Candy zou heten
of Unfortunately Peanutbutter, zoiets ja.
Toeren van Londen naar Berlijn,
want ik houd van Londen en Berlijn
en groupies, ja groupies.
Na de heftige seks zou ik voor ze koken,
want dat kan ik goed, tapas,
Italiaans, maakt niet uit.
En nog beter dan dat kan ik dromen.
Ik weet niet waar ik beginnen moet
of wat ik nou moet zijn
en is het leven echt goed
of doet de waarheid pijn.
Pom Wolff schreef over dit gedicht het volgende:
Het zelfportret van Erwin Troost heeft geen tekort aan een ik. De vraag wie ben jij – zorgvuldig beantwoord. Met biografische elementen zelfs. Moet monnikenwerk geweest zijn om dat rijke leven van Erwin samen te vatten. Hij kan wel vijftig gedichten schrijven vermoed ik en dan lezen we nog slechts een fragment van leven. Het is dat mooie zachte romantisch schreeuwen dat zijn werk zo mooi maakt. Ook hier weer.
“soms wilde ik dood zijn
maar ik kan het niet..”
De romanticus in mij valt altijd voor zijn woorden. Maar dit keer moet ik hard zijn. Het mooiste heeft hij hier niet uit zich geschreven. Als ik Erwin met ERWIN vergelijk. Zie ook:
EN WIE BEN JIJ? - 'als je zegt wie je niet bent - houd je jezelf over' - - - - MIKE PLATENKAMP wint de wees in godsnaam eerlijk trofee op pomgedichten.nl
Je hebt bandopnames en momentopnames. In de tijd dat ik muziekbooker was heb ik vele artiesten ontmoet en gefotografeerd, maar één foto is mij altijd het dierbaarst gebeleven. Op dit moment staat de band Destine op doorbreken. Hun debuutalbum Lightspeed verschijnt op 01 februari 2010 en hieronder ziet u hun gitarist Hubrecht. Wat de foto, voor mij althans, zo bijzonder maakt is de live action, dat je bij wijze van het zweet en enthousiasme er vanaf ziet spatten. Voor mij is dit dan ook mijn favoriete foto. Zie ook hun website voor breaking news en het aftellen naar hun fantastisch debuutalbum: www.destinemusic.com
Oké, ik ben niet de beste zanger en misschien maak ik me zelfs belachelijk, maar ik wil al heel lang 'I Got You babe' horen op de melodie van 'Hallelujah' en als u het niet doet wie dan wel? Ja, het moest ervan komen. Alleen misschien niet door mij. Ik zie het liever Lucretia van der Vloot of een Wende Snijders doen. Misschien in duet, zoals het werkelijk bedoeld is. Hallelujah! Halle-lu-hu-ju-haa!
Als kind ben ik opgevoed met rock ‘n roll aan mijn zijde. Op mijn derde verjaardag kreeg ik een eerste pick-up en op verjaardagsfeesten werden standaard alle stoelen en tafels aan de kant geschoven en werd er getwist. Mijn eerste film in de bioscoop werd Grease en ik geloofde dat de wereld vol muziek was en dat samen zingen een redding kon zijn voor problemen. Het leven was één grote musical, dus na iedere zomervakantie bezong ik mijn vakantieliefde staand vanaf een bankje en vroeg aan het eind van het jaar waar de kermis met zijn Jimmy en reuzenrad was, als er weer eens mensen geslaagd waren voor hun examen. Nooit zou ik mijn diploma halen. Ware het dat mijn biologieleraar dit al voorspeld had met zijn welgemeende uitspraak: ‘Beste heer Troost, als jij je diploma ooit mocht halen, dan vreet ik die van mij op.’ Maar geen kermis, dan ook geen diploma, dacht ik en verrichte zelf het werk, waarop ik zijn diploma heb opgevreten. Een zware klus was het niet.
Muziek werd mijn emotie, of ik nu blij of vrolijk was: er was altijd wel een nummer dat mijn emotie kon weergeven. U moet zich voorstellen dat mijn kamer doodgewoon bestond uit vier muren, een raam en een deur met aan de wanden drie Elvisspiegels, vier Elvis-sjaaltjes en dan nog wat posters van deze man. Ik had een spijkerjack met welgeteld 32 Elvisbuttons. Bijna alle films had ik gezien, hij maakte er 33, en voor de spiegel probeerde ik met tennisracket en borstel zijn heupwiegen en welbefaamde lip imiteren. Elvis was eigenlijk het eerste idool, na Jezus, of zeg ik nu iets verkeerd? Nog steeds word ik veelvuldig gevraagd om Elvis te imiteren op bruiloften en partijen, maar aangezien de groupies in de jaren ’90 toch meer voor het duo 2 Unlimited en New Kids on the Block-imitaties gingen ben ik daar mee opgehouden. Eind jaren ’80 heb ik het ook nog ooit met breakdance geprobeerd, waarop ik mijn neus brak en deze nog grotere proporties aannam.
Het duurde namelijk niet langer dat alleen de ‘King’ mijn wereld deed schudden. Rond mijn vijftiende kwam er namelijk een ommezwaai. De platen van Elvis werden op zolder gezet bij de erfenis van opa en mijn John Travolta-zonnebril. Er zijn mensen die beweren dat Travolta hele-maal geen bril droeg. Nou, dat kon dus kloppen, want die had ik in mijn bezit. Maar op mijn kamer beleefde ik intus-sen de wereld van John Lennon. Wat een talent had die man én ook nog een boodschap. Dan weer een kleine, dan een grote. Het maakte niet uit. Ik had in die tijd nog niet eens door dat deze man jaren daarvoor vermoord was door een krankzinnige fan, die zich afgewezen voelde. Het besef dat Lennon dood was kwam later en toen knapte er eigenlijk iets in mij. Ik bleef de hele avond én nacht luiste-ren naar ‘Working Class hero’, ‘Watching the Wheels’ en ‘Imagine’ en terwijl hij voor de laatste keer zong: ‘you may say I’m a dreamer, but I’m not the only one,’ huilde ik mezelf in slaap. Wat huilen? Blèren. De buren moesten er aan te pas komen. Ik werd vastgebonden op een stoel en zelfs shocktherapie haalde niets uit. ’s Morgens keek ik in de spiegel en zei tot mezelf: ‘Watskeburt’, niet bewust dat iemand daar 20 jaar later nog eens mee aan de haal zou kunnen gaan en er een hit mee zou scoren. Langzamerhand kwam ik tot mezelf, gooide de spiegels uit het raam en had 7 jaar geluk en ging dus schrijven. Ik moest en zou schrijven, want Lennon kon dat niet meer, waarschijnlijk was het hem na zijn dood allemaal een beetje te veel geworden.
Na Lennon werd ik weer beïnvloed door de met Henna roodgeverfde Eindhovenaar Armand en leerde van deze all time hippie, om ook eens andere schrijvers te gaan lezen en hoe ik van een aardappel een puurpijp kon maken. Zo rookten we wiet in een koektrommel, hoewel hij het een auto durfde te noemen, voor mij is het altijd een koektrommel gebleven. Hij gaf mij kranten en las ze in zeven talen voor. Ik begreep er geen snars van. Ik sprak überhaupt maar één woord Duits en Frans was een kennis van mijn ouders en om die nou bij ieder woord Frans op te bellen, dát schoot bij hem ook in het verkeerde keelschat. Ik zei nog zo dat hij moest inhaleren en er niet op kauwen en proberen te roken tegelijk. Waarop hij steevast ant-woordde dat hij nog nooit had geïnhaleerd, maar slechts had vastgehouden. Niet veel later werd hij president en nooit meer hebben we iets van hem vernomen. Maar goed deze jongen, ik dus, ging naar de bibliotheek en las Jotie ’t Hooft, Simon Vinkenoog en Arthur Rimbaud. Waarop ik definitief besloot nooit meer student te worden. Ik had het al gelezen en gezien. Het diploma van het leven was de ontdekkingsreis in taal. Geen verre busreizen of liften naar verre landen, geen wetenschap of maanlandingen. Alle antwoorden lagen in de literatuur en wel in alle vijf boeken die ik toen al had gelezen. Ik las een zesde en dat was Lolita van Vladimir Nabokov en mijn hoofd droop over van passie, liefde en pure poëzie. Ik legde het boek weg en schreef mijn eerste gedicht: Jantje zag eens pruimen hangen/ o! als eieren zulke grote/ maar o wee o wee/ toen Jantje erachter kwam waar de pruim ontving/ bleek dat hij tussen haar borsten had gespote.
Ik was een talent. Ik voelde het. En iedereen juichte dat talent toe. Eindelijk erkenning dacht ik. Daarna ging het alleen maar beter. Ik won de performanceprijs in de Effenaar, omdat ik een kwartierlang een tekst uit mijn hoofd kon denderen zonder dat daar speed bij nodig was en niet veel later kwam daar Yoy van Humanistisch Verbond om een documentaire te maken over mij en twee jongens van Dichters uit Epibreren. We praten over anno 1995. Het succes begon toen echt onrealistische vormen te krijgen en het werd er niet makkelijker op. Ik hield bed-inns met mijn teddybeer, waarop iedereen mij voor gek verklaarde en toen heb ik dat beest definitief de deur uitgezet. Ik kreeg verlatingsangst en meer, kon het succes niet meer aan en zocht een baan waar ik anoniem zou zijn. Ieder uur van de dag kwamen weliswaar collega’s naar mij toe om te laten zien dat er een jonge dichter in de krant stond met hetzelfde gezicht en naam als dat ik zou hebben. Ik ontkende in alle staten, maar kijk zeiden zij: ‘Hij kan puurpijpjes van aardappels maken.’ ‘Dat is toch belachelijk,’ antwoordde ik hun, ‘welke krankzinnige doet nou zoiets.’ ‘Nou, dichters bijvoorbeeld’, zei een collega met rood hennahaar.
Nooit heb ik mijn geschiedenis prijs willen geven tot de dag van vandaag, want zal ik u een kleine wetenswaar-digheid vertellen? Ik weet namelijk niet wat er gebeurd zou zijn als Lennon niet vermoord was en als Elvis niet aan de cheeseburgers en boterhammen met pindakaas en banaan had gezeten, want u gelooft toch niet dat alleen de drugs hem fataal zou zijn geworden.
Maar stelt u zich nou eens voor dat het anders was gelopen en dat als ik acht jaar geleden mijn akoestische gitaar genaamd Wendy, die ik had gekocht van mijn eerste spaarcentjes uit de collectebus, niet kapot geslagen had op één of ander singersong-writerfestivalletje dan was ik nu misschien wel een veelbelovend zanger geweest.
Elvis Aaron Presley, 8 januari 1935 – 16 augustus 1977)
Vandaag zou Elvis 75 jaar zijn geworden,
overigens werd mijn eerste hond naar Elvis vernoemd.
Komende dagen zal ik minder aanwezig zijn op mijn weblog. Ik ben wel aan het lezen, ren in het Winter Wonderland buiten en houd mij ’s avonds lekker warm binnen, af en toe een boek in mijn handen of een film en straks volgt het schrijven weer en ik werk aan een compilatiefilmpje, maar nu is het leven ‘Zen in Brabant’. Tot over een paar weken, maar het kan ook morgen of de dag erna alweer zijn.

ZENte
Ik staar naar mijn
benen. De wortels
waarin iedere herinnering een lade wordt,
daarin vind ik papiertjes. Eén is beschreven.
Als het een boom is van kleine aantekeningen
dan is het een jonge boom. Vruchteloos,
met alle wijsheid nog in pacht. Daarna
volgt de treitering. Een hond pist
tegen schors, een kat graaft territorium.
Ergens legt een vuur as. De mens beweegt
de mogelijkheid. Starend door glas bedenkt men:
beweegt het blad omdat het waait of
is er wind doordat takken bewegen.
De boom beseft niets. In knoesten
vindt men een evenbeeld waarnaar God zich
nooit geschapen heeft. Hij verlangde slechts
naar een heerlijk oord. Men moet stilstaan.
Een vlinder ontwaakt uit een cocon. De vogel
bouwt een nest en op T.V. is een zeepserie.
In de liefde zijn zoveel momenten van waarheid.
Ook in woorden die men weglaat. Ik heb ze
nooit opgeschreven. Zij schuilen in herfstbladeren.
(uit: “Gedichtenbundel Een leven”)
|
Alles komt goed. Wat een zin eigenlijk. Ik houd niet van die uitspraak, omdat het niet correct is om te zeggen. Alles? Dat vind ik toch wel heel, heel, heel, erg veel. En dat meisje dat leukemie heeft en vermaakt wordt door een CliniClown. Denkt zij er ook zo over? Alles komt goed? Alles komt. O, het moet nog komen en wie brengt het dan? Sinterklaas, de Kerstman, de Paashaas of de postbode of komt het aanwaaien? Juist, het moet komen aanwaaien, maar als het continu, in de toekomst moet komen aanwaaien dan waait het jouw huis voorbij, omdat we continu zeggen dat het nog moet komen. Goed. Kijk, daar zijn we er. Alles komt. Het klinkt als een reusachtig orgasme, maar dat is het niet. Het is goed met je of het is niet goed en als het niet goed is dan komt daar wel een eind aan, want aan alles komt een eind. Is dat waar? Niet helemaal. We filosoferen verder, want stel je eens voor dat men wordt begraven. Een mens. Ja, laten we specifieker zijn en een voorbeeld nemen. Mozart. Mozart is begraven of hij begraven is dat weet ik niet, maar dat doet er niet toe, maar stel dat Mozart begraven werd en de wormen, maden en ander gedierte hebben aan hem gevreten. Deze wormen, maden en ander gedierte, zij zijn in honderdtallen aanwezig, worden weer opgegeten door de vogels, vissen en vele andere diersoorten. Deze vele dieren zullen ook weer ten prooi vallen aan een generatie diersoorten en ook wij mensen eten vis, vlees, of u bent vegetariër, maar dan nog is er de mogelijkheid dat er een heel klein deeltje van Mozart in uw terecht is gekomen, dankzij vruchtbare grond en groente op het land. Ik zeg niet dat het waar is, maar dat zou een déjà vu-moment kunnen verklaren of een bepaald talent en is het daarmee goed gekomen met de mens. We zouden ook over een soort van reïncarnatie kunnen spreken, waardoor alles weer oneindig is en niet aan alles een eind zou komen. Een mooie, fijne gedachte die duidelijk maakt dat het goed komt. Ook na de dood.
En toch, zeg nooit in mijn buurt: “Alles komt goed.” Iets is of het is niet. We weten slechts wat geweest is, maar niet wat komen gaat. De mens wordt wijzer met de jaren en heeft kans om dement te worden. Als men in goede gezondheid leeft bestaat er nog de kans om kanker of een andere ziekte te ontvangen. Neem nou eens sport. In 2006 werd de Marathon van Rotterdam opgeschrikt door een fatale hartstilstand bij een getrainde deelnemer. Naar schatting krijgen in Nederland per jaar 400 hardlopers, ook recreatieve lopers, te maken met hartfalen. Dat roept vragen op. Is hardlopen slecht voor het hart? Ik ga daar geen antwoord op geven, maar men denkt gezond bezig te zijn en plots is het afgelopen. Men moet in beweging blijven, dat is alles, iemand verbrand met 2km hardlopen evenveel calorieën als met 2km wandelen. Een collega van mij eet precies volgens de schijf van vijf. Brood, noten, appeltje erbij, groente, kaas, pakje melk, zelfs werkt hij met handschoenen aan, zodat zijn kinderen ook geen schrammetje vuil op hun gezicht krijgen en toch zijn de kinderen iedere drie weken ziek, omdat ze geen immuunsysteem opbouwen. We kunnen niet overal opletten en ons zorgen maken om iets wat niet is. We moeten weerstand opbouwen en argumenteren. Ook moeten we niet vergeten te blijven bewegen.
Als iemand tegen mij zegt dat alles goed gaat komen dan denk ik aan een meisje dat ik jarenlang volgde. Zij werd geboren met een tumor in haar hoofd. Toch mocht ze haar ouders vijf mooie levensjaren geven met pijnlijke momenten, maar ook tal van prachtige momenten. Dat meisje heeft gevochten, kracht weggezet om maar zoveel mogelijk momenten in haar levensjaren te mogen ervaren tot ze haar laatste adem uitblies. Een aantal maanden geleden werd ze begraven in een bos en ergens heb ik nu de hoop dat de natuur haar gang gaat en wij dit meisje nog lang bij ons mogen dragen, dan is er voor eenieder hoop.
Maar zeg echter nooit dat ene zinnetje, want ook wetenschappelijk is bewezen dat zelfs de zon over 4 miljard jaar als een rode reus uit zal doven en waar-schijn-lijk dit heelal overgaat in een ander heelal en wij als miljarden en nog wel meer stofdeeltjes over worden gedragen en er nieuw leven ergens in wordt geblazen, alsof een klein, mooi meisje voor het eerst blaast tegen een prachtige paarden-bloem en zo de zaadjes laat verwaaien en deze zaadjes opzoek gaan naar een vruchtbare grond en ze zullen groeien, bloeien tot er een bij aan komt zoemen en de natuur haar gang gaat, aan de horizon een zon opkomt en de hemel weer verlicht wordt en er ergens een leven geschonken word, het water zal stromen, vogels zullen vliegen en geluiden produceren en zo langzaam alles begint, vanuit één sprankeltje hoop in een kindergezichtje met van die prachtige, gelukkige sterretjes in haar ogen, dat nog niet wist wat ze deed, voordat ze ging blazen en alles toch nog goed is gekomen, maar dat weten we nu. Ja, vooral nu.
Te zen of niet te zen,
dat is de kwestie!
- voor Jarine Nora Bos 29.06.2004 3.10.2009
De beste albums:
01. Together Trough Life – Bob Dylan
02. Preliminaires – Iggy Pop
03. 4:13 Dream – The Cure
04. Rock & Roll – Dio
05. No.9 – Wende
Hebbedingetje van het jaar:
Ik ben niet zo van de Gadgets, maar het album ‘DE SPEELDOOS’ is een must have. DE SPEELDOOS is de titel van het mini-album van De Staat-frontman Torre Florim in samenwerking met Roos Rebergen, zangeres van Roosbeef. Het album bevat zes nummers, waarvan de teksten van de liedjes zijn gebaseerd op gedichten van verstandelijk beperkte cliënten van zorgorganisatie Dichterbij. Dichterbij ondersteunt mensen met een verstandelijke beperking en helpt hen met het nastreven van hun dromen. Dat is natuurlijk prachtig, maar ook de uitvoering is geweldig, want de gelimiteerde cd is namelijk verpakt in een speeldoos, met werkend mechaniek van een van de liedjes op het album en de muziek krijgt u op de koop toe. Dat is toch gewoon Sinterklaas en Kerst tegelijkertijd!
De beste songs:
01. Empire State Of Mind – Jay Z & Alicia Keys
02. Fantastic Journey Of The Underground Man – De Staat
03. Sorry (live) – Kyteman
Het beste concert:
Gary Numan - Sinner’s Day, Hasselt
De beste videoclip:
Aye – Dio featuring Sef
De beste films:
01. Inglorious Bastards (Quentin Tarantino)
02. Millennium 1 – Mannen die vrouwen haten (Niels Arden Oplev)
03. De helaasheid der dingen (Felix van Groeningen)
04. Brüno: Delicious Journeys Through America for the Purpose of Making Heterosexual Males Visibly Uncomfortable in the Presence of a Gay Foreigner in a Mesh T-Shirt (Larry Charles)
05. Anti-Christ (Lars von Trier)
De grootste flop:
Picnic (Adrian Sitaru)
De beste website:
www.proud2bme.nl
De beste boeken:
01. J. Kessels: The Novel – P.F. Thomése
02. Denvis: Een Rock Roman – Leon Verdonschot
03. Mijn leven als hond – Martin Bril
Het beste kinderboek:
Mr Finney en de wereld op zijn kop –
Laurentien van Oranje & Sieb Posthuma
De beste graphic novels:
01. Het boek Genesis – Robert Crumb
02. I see A Darkness: Johnny Cash – Reinhard Kleist
03. Een epische zoektocht naar de waarheid – Logicomix
Wat er nog meer gebeurde in 2009: Mijn boeken “Punkey’s Maniertjes” en PUNKEY. (gelimiteerde oplage) werden gelanceerd, al besloot ik hiermee niet in de media te staan, tevens maakte ik een korte documentaire met Frans Mouws over Jotie ’t Hooft (een langverwachte wens), Herman Pieter de Boer & Tonny Eijk wonnen een prijs voor beste Kinderen voor Kinderen-lied “Op een onbewoond eiland”, Marcel werd de nieuwe zanger van DI-RECT en Nederland won het Junior-Songfestival met ‘Click Clack’, gezongen door Ralph. Hetgeen mij allemaal zeer plezierde en kon ontroeren in 2009. O ja, en de wereld kreeg met de mens Barack Obama een nieuwe president die zichzelf een 8 geeft.
’Is This It’ van The Strokes werd uitgeroepen tot beste plaat van afgelopen decennia en voor Michael Jackson was ‘This it’. Ook verloren wij Martin Bril, Ramses Shaffy en Simon Vinkenoog, hetgeen mij nog meer kon raken, hoewel zij ook lieten zien dat het leven geleefd mag worden. Ik wens hen vrede toe, zoals alle andere mensen die mijn website bezoeken. Mijn dank aan jullie voor afgelopen jaar.
Ik sluit af met een grote glimlach en op een nieuw hoopvol 2010.
YES, WE CAN!
Afgelopen jaar liet ik jullie fragmentarisch zien wat ik zowel heb gedaan de afgelopen 20 jaar. Natuurlijk zou ik nooit alles kunnen laten zien en afgelopen jaar heb ik mij afzijdig gehouden van het podium en zijn publiek, maar het is wel leuk om af en toe terug te kijken naar de presentaties, performances en de verhalen daarachter. Het meest dierbaar was toch wel les geven op drie scholen. De kinderen vertellen over gedichten, met ze gaan schrijven, vragen beantwoorden en natuurlijk ook voor ze optreden, maar ze hebben ook voor mij opgetreden en dat vond ik zeer bijzonder. ook ontving ik veel mail dat ze 'de teddybeer-song' niet konden vinden op YouTube of I-Tunes. Heerlijk, die onschuld, het gelach, maar vooral de eerlijkheid en creativiteit, vandaar speciaal voor hen die ik liefheb.
Weten jullie het nog? Een aantal weken geleden plaatste ik een songtekst van 15 jaar geleden hier op mijn web en ik kreeg vele reacties. Ik kan geen gitaar spelen, dus zocht een alternatief en bedacht mij wat die jongen zou zien, terwijl hij speelt met zijn gedachte over de liefde en het werd niets meer dan zijn uitzicht, de nachtelijke straat, en daarbij slechts één stem en verder niets. Mijn stem.
Laatste reacties